|
Double Dee (4)
Rocking & Stomping/Herinneringen
Scheidingen
Ons activiteitenspectrum
liep van het ene uiterste tot het andere. Voor onze Kerktelefoonomroep
maakten we wekelijks een puur religieus programma dat te ontvangen
was door de mensen die waren aangesloten op de draadomroep van de
Nederlands Hervormde Kerk in Rijssen, en voor onze Double Dee Shows
hielden we ons bezig met zulke "onchristelijke" zaken
als beatmuziek en "halfnaakte" dansende meisjes. Dat
was voor veel Rijssenaren een moeilijk te verteren combinatie. De
meeste bezwaren kwamen van de Nederlands Hervormde Kerk en van de
ouders van Dick Smeijers. Dick Smeijers' vader was ouderling in
een of andere nogal zware Gereformeerde kerk, en het werd Dick verboden
om zich nog langer bezig te houden met onze Double Dee Shows. Hoewel
Dick toen al 19 of 20 jaar oud was, legde hij zich toch neer bij
het verbod van zijn ouders. Drie weken voor onze tweede Double Dee
Show vertelde Dick mij dat ik al onze activiteiten nu zonder hem
moest voortzetten. Het ontbrak mij toen aan voldoende inzicht in
Dick's karakter en zijn relatie met zijn ouders om ook maar enig
begrip te kunnen opbrengen voor die mededeling. Ik zag het als een
soort "desertie" van Dick. Ik ging er altijd van uit dat,
als je ergens aan begon, je er volledig achter moest gaan staan
en het ook tot het einde toe moest afmaken. De bezwaren
die de Kerk had tegen onze bezigheden leidde er nog niet toe dat
men de Kerktelefoonomroep wilde gaan verbieden. Maar de problemen
die er gerezen waren werden op een simpele wijze uit de weg geruimd
door de PTT-directie in Den Haag. Het kabelsysteem dat wij gebruikten
voor onze uitzendingen was eigendom van de PTT, en we hadden verzuimd
om daar toestemming te vragen voor het gebruik van die kabel. Gelukkig
maar ook, want de PTT stond in geen geval toe dat er een ander gebruik
van het systeem werd gemaakt dan de doorgifte van de zondagse kerkdiensten.
Daarmee werd de Kerktelefoonomroep verleden tijd en was er meteen
weer een probleem minder in de wereld. Maar de show must
go on, en zeker de Double Dee Show, dus ik ging vrolijk (?) verder
met het organiseren van de tweede Double Dee Show.

The
Flying Arrows uit Rijssen (foto), een vijfmans band die volledig
uit Ambonezen bestond (een Indo-band dus), met in de bezetting een
saxofonist, was de Double Dee huisband geworden. Ik was persoonlijk
manager geworden van de band, en ik zou hun optredens gaan regelen.
Ook voor The Fellows uit Enschede, één van de betere
bands uit de regio, was ik inmiddels impresario geworden, en met
Sonja de Vries en The Spurs uit Almelo was ik inmiddels bevriend
geraakt. Deze drie bands en zangeres zouden meedoen aan de tweede
Double Dee Show op dinsdag 22 maart 1966. Daarnaast hadden zich
aangemeld: The Firestones uit Hengelo, The Fieldstreet Five uit
Zutphen, J. and the Universals uit Deventer en twee parodisten Rex
Raino en R. Hassink. Verder waren ook weer The Double Dee Girls,
zoals ze nu heetten, van de partij. J. and the Universals was
een voortzetting van The Jivaro's, de groep waar we destijds een
proefopname van maakten en die we toen een kritisch rapport stuurden.
Nu schreef de groep mij dat men onze kritiekpunten van destijds
volledig had onderschreven, en dat men inmiddels de zwakke bandleden
uit de groep had verwijderd. Om aan goede juryleden voor
de tweede DD-show te komen had ik gesprekken gevoerd met Theo Stokkink
van de KRO en met de heer Van de Laan van platenmaatschappij Artone,
maar beiden vonden de afstand naar Rijssen te ver om te komen en
om zitting te nemen in de jury. Vandaar dat de uiteindelijke juryleden
alle uit de regio kwamen. Onder die juryleden bevond zich ook Henk
Huis in 't Veld uit Almelo. Henk was een creatief persoon, hij had
de raambiljetten voor de tweede DD-show ontworpen en gedrukt op
zijn eigen zeefdrukapparaat. Henk was ook manager van een band,
een soulband, en geen kleintje! Ik dacht dat de band wel meer dan
twaalf leden telde. De illustere naam van die band was navenant
groot(s): "Mr.Boo Boo's Steel String And Brass Band".
Henk Huis in 't Veld zou later directeur worden van het Cultureel
Centrum in Zwolle, waar hij vele jaren diverse muziekfestivals,
zoals "De Nederlandse Jazzdagen", zou organiseren.
De tweede Double Dee Show werd kwalitatief een groot succes
maar trok minder bezoekers dan de eerste. Velen vonden de entreeprijs
van f. 3,- te hoog! De sfeer was er desondanks niet minder om.
Druk
De eerste drie maanden van 1966 waren
erg drukke maanden. Het organiseren van de twee Double Dee Shows
vergde erg veel tijd, en alles moest gedaan worden in de vrije tijd
want ik werkte nog gewoon de hele dag. In die vrije tijd gebeurde
er nog het een en ander meer. Ik noemde al de Kerktelefoonomroep.
Voor die activiteit waren we steeds op zoek naar goede medewerkers
en medewerksters. Vooral het opleiden van omroepsters kostte veel
tijd en moeite. Voor de DD-shows hadden we uiteraard ook veel medewerkers
nodig, maar die vonden we tamelijk makkelijk. Dan had Double Dee
(Dick Smeijers en ik) nog elke week rijles. In januari deed ik mijn
eerste rijexamen, waarvoor ik zakte. Anderhalve maand later, vlak
voor de tweede DD-show slaagde ik gelukkig wél, en dat was
werkelijk een groot geluk anders had ik het voorlopig wel kunnen
vergeten. Contacten met de pers waren er veelvuldig. Als je
iets bekend wilt maken en publiek wilt trekken dan heb je uiteraard
de pers nodig. Wekelijks hadden we wel een journalist van een dag-
of weekblad over de vloer, die een interview wilde houden, hetgeen
erg tijdrovend was. Hette Visser van het weekblad De Spiegel schreef
een volle pagina over ons in zijn jeugdrubriek "Dwars",
en hij zette er boven: "Radio Rijssen".

Twee fragmenten uit dat artikel: "In
hun studio aan de Parkstraat werken de twee Dick's hun plannen uit.
Ze hebben daar dure radio- en opnamespullen staan, een paar pick-ups
en een grote verzameling echte rock and roll platen. ("Nee,
we houden niet zo van de beat")". Aan het eind van het
artikel besluit Hette Visser met: "Alleen moeten de jongens
wel de top-tien gaan bijhouden, dan kunnen ze in het westen nooit
meer zeggen dat ze in Rijssen achterlijk zijn."
Ramp
Elf dagen na mijn geslaagde rijexamen
en zes dagen na de tweede Double Dee Show kwam er een rampzalige
dag voor mij. Op maandag 28 maart 1966 moest ik in militaire dienst!
Al lange tijd voor die fatale datum had ik een verzoek ingediend
om vrijstelling van de dienstplicht te krijgen, maar ik had nog
altijd geen antwoord ontvangen. Pas nadat ik al een paar maanden
in legerkleding had rondgelopen, kreeg ik een briefje van de Koningin
met de nuchtere mededeling dat mijn verzoek was afgewezen. Mijn
activiteiten als aankomend ondernemer werden van geen belang geacht
en het bestaan van een eigen bedrijf was niet aangetoond, meende
de Koningin. Ik kwam dus niet onder de dienstplicht uit,
en verloor daardoor 16 kostbare maanden van mijn leven. Hoe moeilijk
het ook was, toch probeerde ik tijdens de lange dagen in het leger
mijn hoofd bij de muziek en mijn hobby's te houden. Daadwerkelijk
evenementen organiseren ging natuurlijk niet meer, maar in de weinige
weekeinden dat ik vrij had ging ik wel mee naar optredens van de
bands waar ik nog contact mee had. De "Double Dee Organisatie"
liet ik in november van 1966 maar overlijden, ik zag geen kans om
die nog op een behoorlijke basis voort te zetten.
TV
Tijdens mijn diensttijd bood de televisie
aardig wat verstrooiing. De Amerikaanse en Nederlandse programma's
met popmuziek waren toen heel wat beter verteerbaar dan ze heden
ten dage zijn. Gezien vanuit het standpunt van een rock and roll-liefhebber
natuurlijk. Op 7 augustus was er het Amerikaanse tv-programma "Hullabaloo"
met Freddy Cannon, op 17 augustus het Amerikaanse programma "Shindig"
en op dezelfde avond de Nederlandse vinding "Nieuwe Oogst".
Rob Hoeke trad op donderdag 8 september op voor Nederland-2, en
op vrijdag 9 september was er op Nederland-1 het programma "Twien",
een Nederlands of Belgisch muziekprogramma. Op 14 september kwam
Jerry Lee Lewis opdraven in "Shindig", op vrijdag 23 september
was er een uitzending van "Fanclub" en de dag erna een
programma met de mooie naam "Waauw". Verder was er nog
een programma dat "Moef Ga Ga" heette, en ook Willem Duis
bracht nogal eens een verdwaalde Amerikaanse artiest in zijn "Voor
de vuist weg". Naast het passief bezig zijn met muziek
vond ik dat ik ook maar eens een keer actief muziek moest gaan maken.
Ik wilde dus een muziekinstrument gaan bespelen. Zeker, ik had al
een blokfluit en ooit, tijdens mijn ULO-school tijd, had ik nog
gitaarles gehad: klassieke muziek, dus dat had ik na één
les wel bekeken. Ik besloot dat ik nu maar eens een ideaal moest
gaan verwezenlijken. Er was een instrument dat me altijd al had
gefascineerd. Bij The Silverstars mocht ik destijds het drumstel
van hun drummer niet aanraken, maar thans was ik in staat om zelf
de trommels en bekkens te bekostigen. Bij mijn vroegere werkgever
kocht ik een Japans drumstel in de onderste prijsklasse, kwalitatief
niet eens zo'n slechte set. Maar ik zat in dienst, en wat doet een
normaal mens dan met een pas gekocht drumstel? Juist, hij neemt
het mee naar de kazerne! In december nam ik het hele geval mee naar
de legerplaats. Het zou niet het enige ding zijn dat ik meesleepte
naar de kazerne. In de loop van de tijd zeulde ik zo'n halve studio
mee. Veel apparaten nam ik zelfs per trein mee want een eigen auto
had ik nog niet. En waar bracht ik dan al dat spul onder in de kazerne?
Want van enige privacy was toen nog geen sprake, op een slaapzaal
met dertig dienstplichtigen had ieder slechts een eigen stalen kledingkast.
Daar kon nog niet het kleinste bekken van een drumstel bij in.
Maar de legerplaatsdominee bracht voor mij de redding. Boven één
van de gigantische garages die er op de legerplaats waren was de
even zo grote zolder ingericht als kerk. In die ruimte mocht ik
een deel met losse kasten afscheiden en de zo ontstane ruimte als
hobbykamer gebruiken. Daar zette ik mijn drumstel neer, en kon ik
ook mijn elektronica hobby's beoefenen. Voor zijn bereidwilligheid
en medewerking was ik de dominee erg dankbaar. Het speet me alleen
dat ik hem een keer ernstig in moeilijkheden bracht toen men uitgevonden
had dat er vanuit mijn hobbyruimte een etherpiraat actief geweest
was! Op mijn weekendtas had ik een deel van een singlehoesje
van mijn favoriete instrumentale groep The Ventures geplakt, en
toen ik eens klaar stond voor weekendverlof kwam er een generaal
of iets dergelijks hoogs mijn tas controleren en kijken of The Ventures
niets te maken hadden met een of andere communistische organisatie.
(De "vredesbewegingen" waren toen nog niet uitgevonden,
dus daar kon het niet mee te maken hebben.)
Rockville
Naar aanleiding van het NCRV radioprogramma
"Studio Rock & Roll" had ik al eens een briefje geschreven
naar Cees Klop, en gevraagd of er nog meer activiteiten waren op
Rock & Roll-gebied. Daarop bracht Cees mij op de hoogte van
het bestaan van zijn blad "ROCK" en van zijn "Rock
and Roll Encyclopedie". De Rock & Roll Encyclopedie bestelde
ik onmiddellijk, en op het blad abonneerde ik mij op 18 augustus
1966. Dat wil zeggen, op die datum noteerde ik in mijn agenda: "Abonnement
op Rockville", maar bij het opzoeken van de oude nummers van
Rockville vond ik als oudste nummer de eerste uitgave onder leiding
van Ton Kostermans uit Eindhoven, en wel nummer 10 van de derde
jaargang, van augustus 1968! Cees Klop had zijn "ROCK"
in augustus 1966 omgedoopt in "Rockville" en daarna het
blad overgedaan aan Wim Koopman uit Groningen. Het is mogelijk dat
ik mij wel in 1966 aanmeldde als abonnee, maar dat mijn aanmelding
pas in behandeling werd genomen toen Ton Kostermans het blad overnam.
Ton pakte de zaken enthousiast aan en werkte gestadig aan kwaliteitsverbetering.
Al na twaalf nummers ging hij over van stencildruk naar off-setdruk.
Het enthousiasme dat Ton Kostermans in het blad stopte stak mij
aan, en op een gegeven moment bood ik dan ook mijn medewerking aan.
Dit resulteerde in een verzoek van Ton of ik een Engelstalig artikel
over Ella Mae Morse wilde vertalen naar het Nederlands. Binnen enkele
dagen stuurde ik Ton het meer dan vier pagina's lange artikel terug,
mét een Nederlandse vertaling erbij. Een dergelijke snelle
service viel in goede aarde bij Ton Kostermans, en het gevolg was
dat er tussen ons beiden een intensievere uitwisseling van ideeën
en meningen ontstond. In het artikel over Ella Mae Morse, dat
in het maartnummer van 1970 werd geplaatst, werd ook over een zekere
Merrill Moore gesproken, en op een wijze die mij alert maakte. Bij
Ton Kostermans klaagde ik dat ik Merrill Moore niet kende en ook
niet precies wist welke muziek ik mij bij die man moest voorstellen.
Ton liet mij daarop weten dat het een schande was dat ik nog nooit
van Merrill Moore had gehoord en dat ik geen platen van hem in mijn
bezit had. Hij vond dat ik daar zo snel mogelijk verandering in
aan moest brengen. Gelukkig waren er in die tijd juist twee LP's
met oude Capitol-opnamen van Merrill uitgebracht op het Engelse
Ember label. Die kocht ik dus meteen. Toen ik de LP's argeloos en
zonder speciale verwachtingen ging beluisteren en ik de eerste nummers
hoorde, gebeurde er iets heel bijzonders. Voor mij ging er toen
een hemel open, de Rock and Roll en Boogie Woogie-hemel! Bij
het horen van de muziek van Merrill Moore gingen mijn gedachten
onmiddellijk weer een tien jaar terug, naar het radioprogramma "Tussen
10 en 20" van de Belg Guy Mortier. De herkenningstune van dat
programma was een rockend stukje piano-boogie waarin een bijna bovenaardse
magie zat. Het waren maar een paar flarden muziek met er tussendoor
de aankondiging van het programma. Maar vanaf de eerste keer dat
ik die muziek hoorde bleef ze mij bij. Steeds weer vroeg ik mij
af, vooral later toen de tune niet meer werd gebruikt, of het wel
echt bestaande muziek was en of er wel plaatopnamen van waren. Het
zou kunnen dat het maar een uitzinnig fragment was geweest van een
of andere gestoorde geniale muzikant of van een of andere geniaal
gestoorde muzikant. Destijds hield ik het nog niet voor mogelijk
dat die muziek een werkelijk bestaande muziekstijl was en dat iemand
werkelijk zó piano kon spelen, ook al omdat ik nooit vaker
een dergelijke fabuleuze pianist hoorde. Maar in mijn hoofd bleef
die tune spelen en ik wist steeds dat ik dát soort muziek
in mijn collectie wilde hebben en er vaak naar zou willen luisteren.
Inderdaad, op een van de LP's van Merrill Moore hoorde ik de tune
weer terug. Het bleek een deel geweest te zijn van het nummer "Rock
Rockola". Zo was de cirkel van mijn eerste decennium
als Rock and Roll-liefhebber rond. Eigenlijk begon ik mij toen pas
volledig bewust te worden van mijn muzikale geaardheid, en vanaf
die tijd ging ik ook steeds meer en gerichter verzamelen.
In oktober 1970 stelde Ton Kostermans mij aan als vaste medewerker
van Rockville. Een lange reeks van zeer uiteenlopende andere
activiteiten op muziekgebied zou volgen. En bij alles wat ik
deed bleef er één ding altijd op de voorgrond staan:
de Rock and Roll! Bedankt melkboer!
Rocking & Stomping/Herinneringen
|