|
Afrikafestival Hertme 2007
Afrikaanse klanken in het Twentse landschap. Al voor de 19e keer was het weekeinde 30 juni/1 juli in Hertme het Afrikafestival met optredens van niet minder dan elf groepen uit verschillende uithoeken van het Afrikaanse continent, van traditionele dansers tot ‘het Afrikaanse antwoord op Jimi Hendrix’. Er viel erg veel te genieten dit jaar.
De wat mij betreft absolute topper was al in het begin van de zaterdagmiddag te zien: Koo Nimo, de eerbiedwaardige Ghanese vertolker van de zogenaamde palmwijnmuziek met zijn kwartet. De teksten van de goedmoedige Koo Nimo zijn gelardeerd met wijsheid en humor. Zijn warme stem harmonieert heel mooi met de wat hoge stem van de junior van het gezelschap Osei Kwame. De begeleiding van twee gitaren, de semperewa (een zes-snarige harpluit met een sprankelende klank) en de percussie zorgen voor een harmonieus, beetje lui en soms hypnotiserend, wiegend geluid. Het kwartet bestaat voor driekwart uit vijftigplussers (Koo Nimo is al 73). Zangeres Aaka Charway laat zien dat je op een ingetogen manier zeer uitdrukkingsvol kunt dansen. Lieten ze dat maar eens zien op MTV!
Een voorbeeld van de moderne Afrikaanse muzikant die toch minstens nog met één been in de traditie staat is Adama Yalomba uit Mali. Met een hippe, veelkleurige n’dan (een soort kora) en punkachtig haar, springt hij over het podium als een jonge hond en produceert een muziekstijl die een mengsel is van traditioneel Afrikaans en popmuziek. Volgens het programmaboekje gaan zijn teksten over corruptie, migratie en vervuiling maar ook gewoon over de liefde. Ik spreek zijn taal niet dus zijn teksten zeggen me niet zo veel.
De Angolese superster Bonga
kan ik ook niet verstaan maar toch heeft zijn muziek veel
zeggingskracht. Zijn smartelijke, rasperige stem en de mooie
melodieën die vaak een wat melancholieke ondertoon hebben,
brengen het publiek tot een opperste staat van enthousiasme. Zijn
muziek heeft iets van de melancholie van de fado in zich, maar heeft
ook een opgewekt en stuwend ritme waardoor het aanstekelijk
voortrolt.
Het Afrikaanse antwoord op
Jimi Hendrix heet volgens sommigen Bassekou Kouyate en komt uit Mali.
Kouyate bespeelt de ngono, een traditioneel tokkelinstrument dat op
het eerste gezicht op een kleine roeispaan lijkt, bespannen met een
stuk of 4 snaren. Ongelofelijk dat iemand daar zulke virtuoze klanken
uit kan toveren. De groep produceert een vol, ritmisch en melodieus
geluid. De ritmesectie bestaat uit op het oog simpele instrumenten
zoals een kalebas en een klein trommeltje. Maar ook uit dit
trommeltje komen de meest uiteenlopende, opzwepende klanken. Een
groot drumstel is geheel overbodig. De bas-ngoni legt een solide
basis onder de muziek. En dan is daar Ami Sacko, een zangeres met een
prachtige, lage stem. Je kunt wel horen waarom sommige mensen beweren
dat de blues van oorsprong uit Mali komt. Aafke de Wijk |