|
De Zwarte Kunst
Rocking & Stomping/Vinylreservaat
Aangezien velen nog altijd volkomen in het duister
tasten over het ontstaan van een grammofoonplaat, leek het mij verstandig
om eens een artikeltje over de fabricage van deze muzikale diepvries
in elkaar te flansen.
Om goed beslagen ten ijs te komen, ben ik begonnen met het bestuderen
van enkele wetenschappelijke werken, o.a. "Over de toeren"
van professor Busy, "Het zwarte mysterie" van dr. Sinister
en "De zwarte kunst in de muziek" van prof. Discolarie.
Deze laatste geeft een duidelijk inzicht in het fabricageproces.
Zó duidelijk, dat ik er zelf ook eindelijk eens achter gekomen
ben hoe een en ander in zijn werk gaat.
Het hele proces begint met het zoeken naar een geschikte kunstemaker
(herstel: kunstenaar).
Laten we bijv. even een zanger nemen, die we voor 't gemak Freddie
zullen noemen. Frans mag ook.
Zo'n zanger wordt eerst getest op artistieke kwaliteiten, en als
hij en zijn liedjes aan de gestelde eisen voldoen, wordt begonnen
met het maken van een bandopname. Meestal worden hier nieuwe fietsbanden
voor gebruikt, maar noodzakelijk is dat niet.
Soms wil het wel eens gebeuren dat de artiest (zwarte-kunstenaar)
een dermate fors geluid produceert, dat de band breekt. Het wordt
dan een z.g. breukbandopname, wat niet zo verschrikkelijk is aangezien
de heren technici ware meesters zijn in het bandenplakken.
Als het lied naar ieders tevredenheid op de Tevredenstein is vastgelegd
(Gertmaan mag ook), compleet met de traditionele hikjes en snikjes,
wordt de artiest met een kwartje voor een ijsje naar huis gestuurd.
Hij kan nu niets mer doen, en loopt alleen maar in de weg.
Dan begint het eigenlijke werk pas. De band wordt op een wiel zonder
spaken gelegd en heel langzaam teruggedraaid.
Een lijntrekker gaat nu met behulp van een heel fijn naaldje de
muziek in de vorm van groeven overbrengen op een schijf wekellak.
Hij volgt nauwkeurig alle stembuigingen, en als Freddie of Frans
met tere stem van liefde en rode rozen zingt, gebruikt hij een extra
fijn naaldje om met oneindige tederheid de zoete woordekens in de
laksubstantie vast te leggen.
Het gebeurt wel eens dat de lijntrekker van ontroering niet verder
kan en op dezelfde plaats blijft liggen. Men zegt dan bij het afdraaien:
"Er zit een tik in de plaat" of "deze plaat is getikt",
en het gevolg is dat Freddie of Frans ontelbare roosjes in onze
huiskamers slingert.
Als de lijntrekker alle groefjes heeft zitten wordt de lakplaat
door een andere persoon (de zwartkijker) onder de loep genomen,
en eventuele uitschieters worden gecorrigeerd. Daarna gaat de lakplaat
naar de matrijzenmakerij. Hier zitten weer een aantal lijntrekkers
die de groeven overbrengen op een matrijs (genoemd naar de uitvinder
van de matrijspoort, Ma Trijs).
De matrijs fungeert als een soort puddingvorm. Na het omtrekken
wordt hij omgespoeld met water en volgegoten met een massa bestaande
uit de volgende ingrediënten: 5 delen romantiek, 2 delen zoetstof,
4 delen gesmolten drop (voor de zwarte kleur), 1 mespunt knalpoeder
(voor het knaleffect) en een half deel ruis.
De volgegoten vormen worden in de oven gezet, en na een baktijd
van plusminus 15 minuten worden de platen voorzichtig uit de vorm
gewipt en op een rek gelegd om af te koelen en hard te worden.
Als u denkt dat daarmee de kous (of plaat) af is, dan moet ik u
teleurstellen.
Het gat! hoor ik u zeggen. Juist, het gat, dat hoort er nog in.
Waarom weet ik ook niet, maar het hoort nu eenmaal zo. Al gaat u
op uw hoofd staan omdat u een plaat zonder gat wilt hebben, het
zal u niet lukken.
Bovendien, de gatenboorders moeten ook leven, nietwaar?
Goed, de gatenboorders komen dus op de proppen met hun pneumatische
appelboren en spietsen een prachtig rond gaatje precies in het midden
van de plaat (ook al weer zo vreemd).
Van de gatenboorafdeling gaat de plaat naar de platenpoetserij en
daar krijgt ze de prachtige zwarte glans. Als ze klaar zijn poetsen
de platenpoetsers weer de plaat.
Vervolgens worden de aanstaande tophits in vetvrije papiertjes verpakt,
komen ze terecht bij de grammofoonplatenhandelaar (zwarthandelaar)
en worden uiteindelijk weer verslonden door de duizenden Freddie
en Frans-fans.
D.W. voor Mulok (schoolkrant) nr. 4, 1962
Rocking & Stomping/Vinylreservaat
|